Impressie van de boekpresentatie

Roel toont foto van Julia Op ten Noort en Florrie Rost van Tonningen
(1940)

Roel toont Julia Op ten Noort (midden) als directrice Reichsschule für
Mädel met Rauter en Reichsbeauftragte uit Berlijn Heissmeyer (1943)

Roel biedt eerste exemplaar van “Een zoon van de Führer” aan Hedy D’Ancona aan

David Barnouw

Bijdrage van David Barnouw(pdf)

Presentatie van “Een zoon voor de Führer”, door schrijver Roel van Duijn

 

 

 

Boekomslag, Heinrich met sigaar

Beste mensen,

is het logisch om in het Verzetsmuseum  dit boek over het leven van een nazivrouw, geboren te laten worden? Ja, want wie  de nazi’s wil bestrijden moet hen allereerst  begrijpen en doorgronden.

Is het gek dat een provo zich werpt op de levensgeschiedenis van een nazi? Een provo zet zich in voor de vrijheid en daarom is het beste wat een provo doen kan een onderzoek in te stellen naar naar de oorsprong van de bedreiging van de vrijheid.

Mijn boek gaat over een  een vertegenwoordigster van die vorige golf van nationalisme en vreemdelingenhaat. Ik zeg het maar meteen: ik vrees de terugkeer van een nieuwe variant van het nationaalsocialisme. Evenals toen leven wij in een wereld die bedreigd wordt door autoritaire machthebbers, hun propaganda en terreur.

Julia Op ten Noort en Florrie Rost van Tonningen, zomer 1940

 

Wie was de meest betekenisvolle Nederlandse  nazivrouw? Nee, niet de Zwarte Weduwe, maar een vrouw die  gedurende haar hele leven een veel interessanter ontwikkeling heeft doorgemaakt, tot aan haar overgang naar haar, meende ze, volgend leven.

Jonkvrouw Julia Op ten Noort (1910 – 1994)  was ophitsend, aantrekkelijk en creatief. Zij zocht koortsachtig naar de hoogste staat van het menselijk samenleven.

Julia is hier vlakbij geboren, aan de Amstel tegenover theater  Carré. Op 9 november, vandaag is het haar geboortedag.

Julia kreeg een goede Nederlandse opvoeding.  Ze deed drie klassen van het gymnasium en blonk uit in sport, vooral ‘thannis‘. Haar ouders waren van adel, de grootvader  was een machtige koloniale figuur, de baas van de schepen  die alle eilanden van  Koninklijk Nederlands Indië verbonden.Haar vader was directeur van een bierbrouwerij. Julia leek voorbestemd voor een prominent huwelijk in de bloem van de natie.

Haar zelfstandige en idealistische karakter wilde anders.

Twintig jaar oud bekeerde zij zich tot de Oxford Groep van Frank Buchman, een christelijke prediker die alle godsdiensten ter wereld wilde verenigen om de stem van God op aarde te laten regeren. Julia reisde als jonge vrouw door de wereld om hoge persoonlijkheden te bekeren, ze werd missionaris.

Een jaar na Hitlers machtsovername werd Julia uitgenodigd om in Breslau een bijeenkomst van de SS-top bij te wonen en ook daar te  bekeren. Ze werd daar met alle égards ontvangen door Reichsführer Himmler en zijn zwarte kameraden, gekleed in  uniformen die haar ogen streelden. Julia vond Himmler een bescheiden man, die zo geweldig kon praten over reïncarnatie en astrologie, onderwerpen die haar fascineerden. Himmler  was verrukt van haar vrouwelijke gratie. Himmler  overtuigde haar dat de SS al direct op aarde wilde bereiken wat haar nog voor ogen zweefde als religie.Zo gebeurde het: de bekeerster werd bekeerd. Julia werd bekeerd tot de SS-idealen van het groot-Germaans Rijk van het “Arisch-Noordse ras”.

Hoe kon een vrouw met een goed karakter zich zo laten vangen in een misdadig web?

De utopie van een bloedzuiver, eensgezind en eeuwig internationaal rijk trof haar hart. Een rijk dat zou afrekenen met onderling gekibbel en het materialisme van bolsjewisten en joden, oh, fantastisch! Aan de gedachte van de éne leider was zij al gewend, dat was de spirituele  Frank Buchman ook.En wat  een niet geringe rol speelde bij Juuls nieuwe bekering was haar gevoeligheid voor foute mannen, met idealistische maskers. Een amoureuze valstrik.

Kon het een bezwaar voor haar zijn dat de SS-ers autoritair en racistisch waren? Allerminst, want haar almachtige  grootvader ging in Indié volgens  diezelfde principes te werk, het hoorde tot Julia’s nestgeur.

 

Op vrouwelijke wijze

Juul was superenthousiast. Als eregast van Himmler  bezocht zij de partijdagen in Neurenberg en ze werd lid van de jonge NSB. In 1938 nam zij het initiatief voor de oprichting van de Nationaal Socialistische vrouwenorganisatie. Twee gedachten stonden haar voor ogen. Enerzijds de vrouwen te doordringen van de nazi-ideologie, met het accent op het bewaren van de ‘raszuiverheid’. Politiek op vrouwelijke wijze, noemde zij dat. Op die manier kon de vrouw ook een rol gaan spelen bij de verovering van de macht. Anderzijds  had Julia daarbij,  het idee dat vrouwen elk beroep moesten kunnen uitoefenen dus ook beter opgeleid moesten worden.

Zij was anti-feministisch als nazi, maar op haar manier ietwat feministisch door voor de vrouw toch een actieve rol op te eisen. in haar ogen, “op vrouwelijke wijze”, een gelijkwaardige rol.

Julia werd verliefd op Rost van Tonningen, de Groot-Germaanse tegenspeler van Mussert. En zij heeft  hem in contact gebracht met Himmler. Himmler vond haar de meest betrouwbare figuur op wie hij in Nederland kon steunen en na de bezetting van Nederland liet hij Rauter haar onmiddellijk bezoeken om van haar adviezen te krijgen over wie de meest geschikte Nederlanders waren om op de  posten te zetten.

Met Mussert raakte Juul in een hooglopend conflict omdat Mussert zich kwaad maakte over Juuls Groot-Germaanse zendingswerk, vooral dat zij op eigen houtje de meisjes van de Jeugdstorm aanzette tot het volgen van scholingscursussen in Duitsland  irriteerde hem. Julia ging naar Duitsland en werd nu verliefd op Pieter Schelte Heerema, een veebelovende SS-er die na de oorlog een groot off shore concern heeft opgebouwd. Julia’s liefdesbrieven aan hem zjn juweeltjes van overgevoeligheid voor  foute mannen

Himmler bezorgde  Julia nu de functie van directrice van een nazi-internaat voor meisjes in Limburg. De Reichsschule für Mädel. Hier moest  zij de vrouwelijke elite  van het Derde Rijk opvoeden en  Julia zette zich ook hier tot in haar tenen voor in.

Op de foto Julia Op ten Noort (midden) als directrice van de Reichsschule für Mädel in Heythuysen, waar zij de vrouwelijke élite van het Derde Rijk opvoedde. Zij ontvangt SS-Obergruppenführer Heissmeyer uit Berlijn (links) en achter hem Rauter, de Höhere SS- und Polizeiführer uit Den Haag. Zij leidt hen door de erehagen van haar leerlingen. 1943

 

Slechts één gedachte leidde haar af en dat  was haar kinderwens. Ze dacht die als bewust ongehuwde moeder  te gaan combineren met de dagelijkse leiding van de school. Maar Himmler maakte haar duidelijk dat dit zou botsen met de  fatsoensnormen en zond haar met een zogenaamde speciale opdracht weg, om in werkelijkheid in een Lebensborn Heim in Beieren de Führer ee  zoon te gaan schenken.

Juuls bewust ongehuwde moederschap(haar eigen woorden) paste precies in Himmlers lebensborn filosofie. Dat was het streven om een nieuw Arisch ras te kweken door Arische vrouwen met SS-ers zoveel mogelijk raszuivere kinderen te laten voortbrengen. In hun wereldbeeld was het zo dat het ene, minderwaardige ras moest worden uitgeroeid en het andere, superieure ras moest worden voortgebracht. Dat lijkt bizar, gruwelijk en het is het ook. Maar het is in z’n soort een konsekwente toepassing van de principes van de eugenetika voor racistische politieke machtsverovering. Himmler ging ervan uit dat de oorlogsvoering tot  een negatieve karakterselectie van het Germaanse volk leidde, aangezien de dappere mannen aan het front sneuvelden terwijl de laffen thuis overleefden. Goede vrouwen moesten dus sexueel contact nastreven met SS-ers die naar het front gingen om zoveel mogelijk dappere, raszuivere kinderen te baren.

 

Wie van de drie?

Maar wie was de vader van Julia’s zoon, die in februari 1944 ter wereld kwam, onder een valse naam?

Naar zijn peetvader Heinrich Himmler heette Julias zoon Heinrich. Men zei dat Himmler zijn vader was. Julia zelf ontkende dit heftig, het zou een Berlijnse legerarts van de SS zijn, inmiddels gesneuveld. En er was nog een derde kandidaat. Een Haagse SS-er die haar Limburgse school in mei 1943 bezocht had en  als een bezetene achter haar aan zat.

Wie van de drie was de echte vader? Ik heb het tot in de puntjes uitgezocht, lees het boek.

Julia ging nu werken bij het SS-hoofdkwartier in Berlijn, voor de werving van strijdkrachten aan het front.Ondertussen  beval Himmler Julia de taak op zich te nemen van Reichsbeauftragte der SS-Helferinnen. Opmerkelijk genoeg heeft Julia dit bevel geweigerd. Een bevel weigeren was ;evensgevaarlijk,maar Julia, overtuigd dat zij een nazaat van Karel de Grote was die op gelijke voet met alle groten der aarde stond, vertrouwde er op dat zij, zij de weigering overleven zou.

Na de capitulatie vond zij onderdak bij een vooraanstaande en schatrijke nazi in het zuiden van Beieren.Daar groeide Heinrich op,aanvankelijk bewonderd omdat hij beschouwd werd als de zoon van Himmler, maar stevig in de greep van zijn moeder. Julia zat in Nederland een strafje van iets meer dan een jaar uit,omdat het tribunaal  niet van alle feiten op de hoogte was en zij vrouw.

Julia en Heinrich. 1952

 

In 1953 trouwde ze met een “volkskunstschilder”, haar relatief minst foute man. Zij zette een volkskunsthandel annex hotel op . Ze bleef de rest van haar lange leven min of meer verborgen in Duitsland.

Mijn vrouw en ik hebben een speurtocht ingesteld naar al haar fraaie verblijfplaatsen daar en belandden tenslotte in Fulda, bij Frankfurt. Daar vonden wij een groep Boedhisten, die tot het boeddhisme bekeerd waren  door… een zekere Julia op ten Noort. Zij  hebben ons veel over haar verteld. Julia was op spirituele zoektocht gegaan en bleek zich talloze malen bekeerd te hebben. Julia was een volgelinge geworden van achtereenvolgens Bhagwan, Ramakrishna, Gandhi en de dalai lama. Zij waren vol lof over haar kwaliteiten als zielzorgster.  Zonder haar zou ik niet zijn die ik ben, bekende een zachtaardige Duitser met linkse ideeën me. Maar haar verleden dan? vroeg ik. Zij wisten van niets en ik moest hen verschrikt doen staan met mijn onbarmhartige informaties. Ach, nein, nein!

Heinrich (kaal) in café. 1989

 

Heinrich, Julia’s zoon, de zoon voor de Führer, werd geen admiraal, geen generaal maar reclameontwerper. Hij ging aan de drugs, hij had een probleem. Hij wist niet wie zijn vader was al waren journalisten die hem  inwreven dat Himmler mogelijk zijn vader was en historici dat meldden dat zijn moeder de favoriete van Himmler was. En Himmler was nu niet meer de populaire strijder voor het vaderland. Hij was in de ogen van Heinrichs kritische generatiegenoten en de opstandige studentenbeweging een monster. Was Heinrich de zoon van een monster en een moeder die hem alleen  smoesjes over  de identiteit van zijn vader opdiste?

Julia was in het algemeen  eerlijk, vooral als het om haar idealen ging, maar terwijl zij haar zoon tevergeefs de oosterse wijsheid trachtte bij te brengen, weerhield schaamte haar om hem de waarheid over zijn vader te zeggen.

 

Zelfmoord?

Eind mei 1989 rook  Heinrichs buurman in Frankfurt een ondraaglijke stank. Hij bonsde op Heinrichs deur, niemand deed open. Een politieman klauterde op het dak en zag door het dakraam in de brandende zon  een lijk naar de televisie staren.  Autopsie kon net gepleegd worden, omdat het lichaam al in ontbinding was. Zelfmoord? Lees het boek!

Wel dat de dood van Heinrich op  dezelfde datum viel als de zelfmoord van zijn peetvader Himmler en dat Heinrich op het moment van zijn dood even oud was als Himmler toen hij zijn cyaankalipil doorbeet.

Julia heeft voor haar dood nog één interview gegeven.  Wist u van de Endlösung van de Joden? vroeg de Amsterdammer hans Olink haar. “ik wist het, maar ik zag het niet” heeft zij geantwoord. Natuurlijk wist zij het, op z’n minst van haar bescheiden vriend Himmler.  Of van haar SS-vriendin Hertha, zelf aanwezig bij het ghetto van lodz, met wie zij tot het eind  herinneringen heeft uitgewisseld. Zolang zij het financieel kon heeft Julia ook haar oude kameraadskes en kameraden gesteund.˜Julia had zwart haar, het ondermijnde haar geloof in het blonde ras niet. Evenmin dat zij zelf Joodse wortels had, want dat wist zij niet, heb ik postuum voor haar moeten uitgraven.

Tekening van Julia’s gezicht. 1983

 

Julia raakt mij, in principe een goed karakter en toch nazi. Nooit echt met het nazisme gebroken.

Ik heb geprobeerd afstand tot deze gevaarlijke dame te houden, maar toen ik een eind op weg was met het onderzoek,  doken er dwars tegen mijn politieke antipathie in herkenningen op. Ondanks alle grote verschillen herkende ik in haar leven iets van mijn eigen leven,  overeenkomsten van karakter en ook het groeiend inzicht dat zij een vrucht was van ongeveer dezelfde cultuur als die waarin ikzelf ben grootgebracht. Mijn ouders zaten op dezelfde vergaderingen van de Haagse theosofen als Julia’s moeder en in mijn kinderjaren hoopte ik dat de blanken de Indianen zouden verslaan.

Mijn ongemakkelijk meeleven met haar, kwam allerminst voort uit haar politieke daden , maar uit de inleving in haar persoon, die het me onmogelijk maakt om haar te beschrijven als een object dat geheel buiten mijn eigen veilige, antifascistische wereld staat.

Het leven en denken van nazi’s staat niet zo onmetelijk ver van ons afstaat en het  komt voort uit een sfeer die ons verdacht vertrouwd is.

Andere tijd en toch akelig dichtbij.

Wat ik al snel herkende in Julia is het radicale streven naar een utopie, de ideale samenleving – iets wat ook ikzelf vooral in de vorige eeuw acuut gevoeld heb. Ook voor Julia gloorde achter de horizon de volmaakte samenleving.

En ik krijg de zenuwen: zou het dan mogelijk zijn geweest dat ik, wanneer ik in een ander nest en wat vroeger geboren was, ook nazi was geworden. Zoals ook mijn jeugdheld Lucebert een tijd overkomen is? 

Had ook ik nazi kunnen worden?

Had het ook mij kunnen overkomen als ik, met mijn theosofische opvoeding, als jonge man op deze fatale SS-bijeenkomst was geweest om over karma en reïncarnatie te spreken?  Als er onder de SS-ers  mooie vrouwen in witte uniformen waren geweest:ja. Dan was ik, ben ik bang, ook voor de bijl gegaan.

Het idee schokt me.

Zelfs al had ik me weer hersteld.

Ik heb mijn aantekeningen samengevoegd tot een essay onder de titel ‘Spiegelbeeld: Persoonlijke aantekeningen bij het leven van Julia Op ten Noort’. Als aanhangsel van het boek.

Met mijn gedachte-experiment hoop ik ook jullie, lezers, te prikkelen om je eigen leven naast dat van deze paradoxale vrouw te houden.

Het is onjuist haar hysterisch te noemen.  Zij was  een manisch utopiste. Een crimineel dwaallicht of toch, in haar laatste fase, een uit de hel opgestegen zielszorgster?

Hoe dan ook komt zij voort uit onze eigen  Europese cultuur waarin de fascistische bacillen onderhuids sluimeren. Vreemdelingenhaat, autoritaitisme,nationalisme, hun  leugens en aantrekkingskracht van foute mannen.Wat dat laatste betreft:  Vergeet ook  niet het terug-naar-de-zeventiende-eeuw utopisme a la Baudet.

Ik heb mijn uiterste best gedaan de feiten van haar leven nauwkeurig uit te vorsen, grondig bronnenonderzoek te verrichten en te spreken met getuigen in Nederland en Duitsland. Het is een studie geweest die ik zonder hulp van vele hulpdetectives niet had kunnen verrichten. Al die hulpdetectives dank ik en ook uitgeverij Boom.

Het eerste exemplaar bied ik aan aan  een moedige vrouw die zich inzet tegen de herleving van het fascisme: Hedy D’Ancona.

Amsterdam 9 november 2018

 

 

 

 

 

 

 

Uitnodiging boekpresentatie 9 november 2018

 
 
Een zoon voor de Führer ,de nazi-utopie van Julia Op ten Noort
Nieuw boek van Roel van Duijn, verschijnt bij Uitgeverij Boom

 

  Jonkvrouwe Julia Op ten Noort (1910-1994) was de meest betekenisvolle Nederlandse Nazivrouw. Zij was ophitsend, aantrekkelijk en creatief. Zij zocht koortsachtig naar de hoogste staat van het menselijk samenleven.
   Als jonge vrouw verbond ze zich met huid en haar aan twee niet te bevatten projecten van de nazi’s: de vernietiging van het ene mensenras en tegelijkertijd de schepping van een nieuw,zogenaamd  superieur ras. Julia heeft de Nationaalsocialistische Vrouwen Organisatie opgericht, ze was hecht bevriend met Himmler en Rost van Tonningen.
   Zij behoorde tot de topkringen die bewust werkten aan de verbreiding van de SS-ideologie en zette ‘op het slagveld van de vrouw’ haar eigen lichaam in om in een geheim Lebensborn Heim een telg van dit superras te baren.
  Ik beschrijf  haar leven vanwege de verwantschap tussen de huidige populisten en de opkomende nationaalsocialisten van de jaren dertig. Om de vijand te kunnen verslaan moeten wij hem diep begrijpen.De presentatie vindt plaats op

9 november om 16.00 uur. In het Verzetsmuseum, Plantage Kerklaan 61, 1018 CX  Amsterdam, tegenover ingang van Artis.
Na inloop beginnen we om 16.30 uur.

Na de inleiding door de schrijver geven commentaar: Abram de Swaan (socioloog), David Barnouw (historicus), Alies Pegtel (historica vrouwengeschiedenis). Vervolgens de zaal.
Ik bied het boek aan Hedy D’Ancona aan van het Comité van Waakzaamheid tegen herlevend fascisme.
Van 18.00 tot 19.00 is er gelegenheid tot napraten, wat drinken en het laten signeren van het boek.

Op de foto Julia Op ten Noort (midden) als directrice van de Reichsschule für Mädel in Heythuysen, waar zij de vrouwelijke élite van het Derde Rijk opvoedde. Zij ontvangt SS-Obergruppenführer Heissmeyer uit Berlijn (links) en achter hem Rauter, de Höhere SS- und Polizeiführer uit Den Haag. Zij leidt hen door de erehagen van haar leerlingen. 1943

 

 

  Kort daarna vertrok Julia naar Duitsland om, in overleg met Himmler, als ongehuwde moeder een kind ter wereld te brengen in een  Lebensborn Heim. Als zoon voor de Führer. Heinrich heette hij, naar zijn peetvader Himmler. Was deze ook zijn vader? Naast hem waren er twee andere kansrijke  kandidaten. Wie van de drie?
  En hoe verging het moeder en zoon in Duitsland, waar zij sindsdien woonden? Door een speurtocht langs  plekken en getuigen heb ik het allemaal nauwkeurig uitgezocht. Ik heb  me laten  informeren door de archieven van het NIOD en andere bronnen.
  Zoals het rapport van de politie in Frankfurt over de gruwelijke, raadselachtige dood van Heinrich. Uiteindelijk ontmoette ik in Fulda (Hessen) een groep Boeddhisten die enthousiaste leerlingen van Julia zijn, zonder iets over het verleden van deze manische utopiste te weten.
  Hoe kan het dat een mens met een in wezen goed karakter, afkomstig uit een goed Nederlands milieu, zich laat meesleuren door  de zwarte vloed? Waarom was zij zo ontvankelijk voor foute mannen met vreselijke visioenen? Op zoek naar het antwoord bevat het boek ook een essay met persoonlijke aantekeningen over het leven van Julia als spiegelbeeld van mijn eigen leven.


Wil je meedenken en aanwezig zijn? Hartelijk welkom!
Graag even een mailtje om je aan te melden aan ondergetekende.

 

Roel van Duijn

roelvduijn@planet.nl

 

 


 

 


Baudet neemt rol van CPN over

 

Volgens opiniepeiler de Hondt zou het Forum voor Democratie van Thierry Baudet wel eens de grootste partij kunnen worden. Inderdaad, die partij voorziet in een nostalgische behoefte aan de nationale driekleur en aan de blanke cultuur. Maar beseffen de fans van het nieuwe fenomeen wel wat er achter schuil gaat?
“Onze élites sturen aan op oorlog met Rusland, zonder reden, zonder enig belang”, riep Baudet onlangs tot zijn massale partijcongres. Natuurlijk slaat dit nergens op. Het westen houdt zich opvallend rustig over de stiekeme Russische oorlogsvoering in Oost-Oekraïne en Europa geeft in verhouding tot het huidige Russische defensiebudget heel weinig geld uit.
Baudet heeft een reden voor zijn voorspiegeling. Hij wil de democratische leiders van het westen verdacht maken en de dictator in Rusland voorstellen als slachtoffer van het westen. Het belang dat hij met deze propaganda heeft is dat hij veel kiezers naar zich toe lokt die Rusland niet kennen.
Volgens hem zou Poetin binnengehaald moeten worden als bondgenoot. Maar hoe is dit te rijmen met de “democratische vernieuwing“ van Nederland die Baudet in zijn vaandel voert? Zijn er in Rusland gekozen burgemeesters? Zijn er in Rusland vrije media, onafhankelijk van de regering? Worden er in Rusland referenda gehouden? Helaas, geen spoor van daarvan in dat land.
En toch moet er volgens de geostrategie van Baudets partij worden gekoerst op toenadering tot Poetins superpartijkartel. Daarom doen Baudet en Hiddema ook alle moeite om twijfel te wekken aan de conclusie van de OVV dat het een Russische raket is geweest die de MH17 heeft neergeschoten. Volgens vragen van de partij zou “een geheime deal“ van Nederland met Oekraïne de werkelijkheid moeten afschermen. Want in werkelijkheid, ja ja, zou Oekraïne het op zijn kerfstok hebben, precies zoals het Russische nepnieuws de tragedie dagelijks beschrijft.
“Wij worden van binnenuit aangevallen door een vijand die ons eigen uniform draagt“, onthult Baudet, in diezelfde rede. “Zij die ons zouden moeten beschermen”, vervolgt hij, “loodsen vijanden van buiten binnen, vreemde elementen, aanhangers van de Islam”. De Europese élites doen dat volgens Baudet met opzet. Wij moeten in dat opzicht een voorbeeld nemen aan Poetin, die zijn grenzen sluit voor vluchtelingen.
Baudet verbreidt een verzonnen complottheorie. Hij knijpt zijn ogen dicht voor de onvermijdelijkheid van vluchtelingenstromen in een geteisterde wereld en stelt de onmacht van “het partijkartel“, om die tegen te houden, voor als moedwil.
Ook het partijkartel is een verzinsel. Hoe kon de coalitievorming voor een nieuwe regering zo lang duren als de partijen een onzichtbaar verbond vormen? Waarom verdelen zij dan de baantjes in de regering dan niet vliegensvlug? Is het maar een schimmenspel dat de PvdA niet regeren wilde en een schijnvertoon dat de partijen niet met de PVV wilden samenwerken?
Ze spelen elkaar de baantjes toe, aan incompetente figuren wier enige kwaliteit de loyaliteit aan de partij is, roept Baudet. Maar hoe is flodderjournaliste Annabel Nanninga nu lijsttrekster van het FvD voor Amsterdam geworden? De partijleider van het FvD lunchte met haar en hup, ze krijgt haar baantje.
Het kan zijn dat Baudet met zijn talentvolle organisatie van wantrouwen veel kiezers gaat trekken, zolang het niet tot hen doordringt dat democratie niet gebouwd is op potjeslatijn demagogie en complottheorieën, maar op gezonde argumenten.
Maar laten zij wel beseffen dat de nieuwe partij daarmee de functie van de gestorven CPN als bondgenoot van de Russische dictatuur overneemt. Want Baudet versterkt met zijn poging Rusland als betrouwbare bondgenoot voor te stellen de positie van de dictatuur in het oosten en hij valt daardoor de democratie in Europa aan.
Het lijkt me logisch dat hij op een volgend congres de partij hernoemt tot Forum voor Dictatuur.

Roel van Duijn
ex-politicus

Het beste artikel over mijn ontvoering is nu verschenen!

In ”De Republikein” is nu, van de hand van René Zwaap, het beste artikel over mijn ontvoering verschenen.

Ga naar: https://issuu.com/einsteinpublishers/docs/de_ontvoering_van_roel_van_duijn

Site is weer zichtbaar! Hoera!

Testbericht 17/1/17

Is de site weer zichtbaar voor de wereld?

‘Moffenhoer’ of heldin?

Boekrecensie door Marianne Janssen:

http://www.leeskost.nl/2016/05/moffenhoer-of-heldin/

Roel van Duijn – Verraad. De driehoek van een verzetsechtpaar en een SD-agent. ISBN 978-9461-538-66-6, 235 pagina’s, € 18,95. Soesterberg: Aspekt 2016.

NPO Radio 1 – Met het oog op morgen – Oud-provo Roel van Duijn over zijn boek ‘Verraad’

Te beluisteren via onderstaande link:

http://www.radio1.nl/item/353235-Oud-provo-Roel-van-Duijn-over-zijn-boek-‘Verraad’.html

Openbaar ministerie biedt excuses aan aan Roel van Duijn

Persbericht 17 mei 2016


Het College van procureurs-generaal, de leiding van het Openbaar Ministerie, heeft excuses aangeboden aan mij voor de handelwijze van politie en justitie aangaande mijn ontvoering in april 1970. Het OM biedt excuses aan “voor het feit dat U destijds niet door het OM op de hoogte is gehouden van het verloop van de strafzaak”.
Dat staat in bijgesloten brief die onlangs aan mijn raadsman mr. Erik Olof gezonden is.

Het is verrassend dat het OM bijna een halve eeuw te laat  inziet dat er iets wezenlijks misgegaan is.

Tijdens de gemeenteraadsverkiezing van 1970 was ik als lijsttrekker te Amsterdam ontvoerd door een extreemrechtse groep. Ik was in een auto gepropt en in de nacht naar België ontvoerd. Daar is mij een brief overhandigd dat ik moest stoppen met mijn politieke werk, anders zou ik worden vermoord. Tegelijk werden in Amsterdam huis aan huis pamfletten verspreid waarin geld werd geboden voor mijn lijk. Een doodsbedreiging.

Op voorstel van het Tweede Kamerlid H.Singer-Dekker (PvdA) gelastte de regering een onderzoek, dat uiterst stroperig en met kennelijke tegenzin door de politie werd verricht, hoewel ik waarheidsgetrouw direct de daders heb aangewezen: de groep rond Joop Baank en Max Lewin. Er gebeurde echter niets.

Enkele jaren later (1975) pleegde dezelfde groep een bomaanslag op de metrowerken in de Bijlmer. Nogmaals deed ik aangifte en wees erop dat de daders, op dat moment  in de gevangenis om de bomaanslag, dezelfden waren als mijn ontvoerders. Tijdens het proces om de metrobom bekende Lewin tegenover een politiecommissaris de rechter dat Baank inderdaad de man was geweest die tijdens de ontvoering aan het stuur had gezeten. Toch bleef vervolging uit en kreeg ik geen serieus antwoord van politie of justitie op mijn juiste aangifte.

In 2005 verklaarde Baank voor de TV, in het programma Andere Tijden, enthousiast dat hij met zijn ‘Groep 7’ inderdaad de ontvoerder was geweest en dat hij het zo weer zou doen. Ondanks mijn aanklacht van smaad kon hij dit ongehinderd doen, omdat het OM zich op het standpunt stelde dat de zaak verjaard was.

In 2012 heb ik in mijn boek „Diepvriesfiguur” de zaak geanalyseerd en de vraag gesteld hoe het mogelijk was geweest dat politie en justitie de ontvoering van een volksvertegenwoordiger geruisloos hebben kunnen laten passeren. En me met mijn raadsman mr. Erik Olof tenslotte tot het college van Procureurs-generaal gewend. Dit resulteerde na een jaar onlangs in een gesprek, waarna per brief de excuses volgden.


Vrij gegeven dossier bevestigt verzuim OM

Een  gevolg van dit gesprek is dat mij nu inzage gegeven is in het dossier van het Amsterdamse Gerechtshof betreffende de ontvoering. Dit dossier onderstreept dat duidelijk was wie de daders waren maar dat desondanks vervolging is uitgebleven, zonder seponering. In naam werd het onderzoek voortgezet. Uit dit dossier blijkt dat ik al daags na de ontvoering heb aangetoond te weten wie de hoofddader was. Ik heb hem direct  opgebeld en tegen zijn vrouw (destijds  gemeenteraadslid te Amsterdam voor de Boerenpartij), volgens haar verklaring aan de politie  gezegd: „ Ik heb vannacht uw man leren kennen.” Ik had hem namelijk  herkend van een krantenfoto. Ook blijkt dat een hotelbaas in Turnhout, aan de grens, hem in de nacht van de ontvoering had herkend en ook wist de politie dat de hoofddader een schietvergunning had. Ik had inderdaad meerdere malen aangiften gedaan en daarbij de juiste naam genoemd, zo bevestigt het dossier.

De behandelend Officier van Justitie is mr J.F. Hartsuiker geweest.

Het past in het kreupele gedrag van het OM in deze zaak dat mij nu door het OM een dossier in handen is gesteld dat ik van de AIVD met een beroep op de staatsveiligheid niet had mogen inzien. En waarvoor ik  tevergeefs tot aan de Raad van State geprocedeerd heb.
Dwars tegen al deze hoogste juridische uitspraken heen prijkt het geheime, omvangrijke stuk nu zo maar op mijn tafel.


Onaanvaardbare excuses omdat de hoofdzaak achterwege blijft

De excuses van het OM  zijn tweeërlei.
Allereerst dat de afhandeling van de zaak zolang geduurd heeft. En ten tweede dat ik niet op de hoogte ben gehouden van het verloop van de behandeling.

Waarom pas na  46 jaar excuses? En dan niet eens over de hoofdzaak: het feit dat de daders nooit vervolgd zijn.

Deze excuses aanvaard ik niet , maar voor het niet vervolgen van de daders eis ik excuses. Dit is een openbaar belang omdat geweldpleging tegen en intimidatie van lokale politici  tegenwoordig steeds gewoner zijn geworden. Het achterwege blijven van justitiële actie tegen mijn ontvoering is van de huidige golf de voorbode geweest.

De Tweede Kamerfractie van GroenLinks stelt vragen over deze halfslachtige excuses.

Roel van Duijn
Ex-politicus
Bakhuizen van den Brinkhof 9
1065 AZ  Amsterdam
020 – 470 4770