Toespraak van René Kok over het boek “Verraad”

Beeldonderzoeker NIOD, René Kok over het boek “Verraad”, zijn toespraak:

Beste Roel, beste Josti, beste aanwezigen

Op 12 juni 2014 kreeg ik zittend achter mijn bureau in het NIOD in ons mooie
pand aan de Herengracht een mail van Roel van Duijn. Een dag eerder had ik
het grote genoegen om deze ‘icoon uit de jaren 60’ te mogen interviewen ter
gelegenheid van de presentatie van een fotoboek op tafelformaat over de jaren
60, dat ik samen had gemaakt met mijn vriend en collega Erik Somers en Paul
Brood van het Nationaal Archief.
Ik kende Roel tot die tijd, zeg maar indirect. Als historicus natuurlijk met grote
belangstelling voor het Nederland van de jaren zestig toen de samenleving in
zo positieve zin veranderd en ook een beetje persoonlijk. Mijn vrouw Nanda is
onderbouw-lerares aan de 7e Montessorischool hier in Amsterdam en had al
weer heel wat jaren geleden hun zoon Balster in de klas Roel en Josti waren
toen nog niet zo lang terug uit Groningen, meen ik mij te herinneren. We
hebben thuis nog een gesigneerd boekje op de plank staan over de ‘Groningse
jaren’.

Op een mooie zondagmiddag in juni 2014 zat het zaaltje in het Nationaal
Archief helemaal vol en Roel vertelde aan de hand van een selectie foto’s uit
ons net uitgekomen fotoboek levendig als altijd over zijn rol en ervaringen in de
jaren 60.
Gelukkig had hij het zelf ook aangenaam gevonden, want hij beschreef de
middag in zijn mail de volgende dag als ‘gezellig en boeiend’. Na afloop van de
bijeenkomst had ik Roel verteld dat bij het NIOD werkte. Dat trok zijn interesse
en leidde tot de volgende vraag:

Zou je mij willen helpen met het vinden over mijn ex-schoonvader? Opa van
mijn 2 zoons. Mijn ex-vrouw Josti, moeder van mijn zoons, zou dat ook zeer op
prijs stellen”.
Wat volgde was een korte uiteenzetting over verzetsman Herman Reef uit
Hengelo, beginnende met de zin
Hij is omstreeks 1941-1942 door de Duitsers gepakt, naar ik gehoord heb omdat
hij een bom onder een treinrails heeft gelegd. Hij was communist. 26 juli 1910,
geboren te Hengelo. Was tot zijn arrestatie machine bankwerker bij HEEMAF in
Hengelo.
Het was het begin van een uitvoerige en boeiende email-correspondentie. Ik
stuurde de vele vragen al snel door aan mijn collega Hubert Berkhout: binnen
de NIOD dé deskundige over vragen betreffende verzet en vervolging. Samen
ontvingen wij Roel een paar keer en vonden het leuk dat hij iedere keer weer
zo hartelijk voor onze hulp – in feite toch gewoon ons werk- via de mail dankte
De keer dat Josti meekwam naar ons instituut staat mij nog helder voor ogen.
Josti moest huilen toen ze ons gebouw binnenkwam en hoewel dat wij als
NIOD-medewerkers met veel emotierijke vraagstukken wel vaker meemaken,
greep het ons zeer aan. Wát een uitwerking hebben de jaren 40-45 toch ook op
de tweede generatie.

Hubert en ik kregen bij dit gesprek te horen, dat dit meer was dan het verhaal
van een moedige verzetsstrijder, die zijn leven had geriskeerd voor de vrijheid
van zijn land.
Er was veel meer aan de hand!
De vrouw van Herman van Dreef, Leen was in een wanhoopspoging haar
echtgenote uit het beruchte concentratiekamp Vught (en wetend dat een paar
leden van de zogenoemde Hazemeyergroep wegens sabotage als waren
gefusilleerd) een seksuele verhouding aangegaan met de in Arnhem werkzame
SD’er Konrad Hofman. Een SD-functionaris die na de oorlog door de voormalige
illegaliteit als ’een ondanks s alles fatsoenlijk man’ was beoordeeld. (Ook zo’n
interessant gegeven in dit boek)

Wat een verhaal! Een geschiedenis als deze hadden Hubert en ik ondanks heel
veel jaren NIOD nog niet eerder onder ogen of oren gekregen.
Met tomeloze energie (al ware het 1966) ging Roel aan het werk en hij hield
ons regelmatig op de hoogte van zijn bevindingen en vorderingen.
Het deed ons goed dat de collega’s met wie wij Roel in contact brachten, zoals
van de Herinneringscentra Kamp Vught en Kamp Amersfoort hem zo vakkundig
van dienst waren. Ook het inzien van CABR dossiers – helaas tegenwoordig een
stuk lastiger dan voorheen- lukt onderzoeker Roel gelukkig. Het levert goede
informatie op.

Ik heb het boek de afgelopen dagen gefascineerd in zijn geheel gelezen.
Wegleggen kostte iedere keer moeite.
Een geschiedenis van een aantal specifieke verzetsmensen en niet een
collectief zoals ‘Dé illegalen ’ laat weer eens zien hoe ingrijpend deelname aan
het verzet was. En hoe – zeker in dit geval! – de gevolgen voor partners en
familie waren. En ook, dat de oorlog in 1945 niet afgelopen was (Ook in dat
opzicht is dit een belangrijk boek)
Je hebt je boek zoals een goed onderzoeker betaamt van een zeer uitvoerig
notenapparaat voorzien. Dat is een goede keuze want de lezer valt zo vaak van
de ene verwondering in de andere dat hij zich soms afvraagt: waar is dit
gegeven op gebaseerd?

Beste Roel, ik heb de vasthoudendheid waarmee je dit onderzoek hebt gedaan,
echt bewonderd. Niets was je teveel om de waarheid of vermeende waarheid
boven water te krijgen. Weken in archieven en vele avonden op internet.
Je bezocht iedere plek die een stukje van de puzzel zou kunnen zijn. Je weet het
dan ook nog op een mooie manier en zeer persoonlijk te beschrijven.
Daar kan ik veel voorbeelden van geven, maar laat ik het bij een enkel
voorbeeld laten:
Je beschrijft in het begin van je boek Herman, Leen en hun vrienden als een
verzetsgroepje, een van de eerste in bezet Nederland.
Je reist naar Hengelo om de plek waar zij bijeenkwamen om hun acties voor te
bereiden met eigen ogen te zien.
Ik heb hun nest opgezocht, in dat poortgebouw tegenover het majestueuze
hotel ‘Lansink. Zoals de samenzweerders heb ik bij de eerste deur rechts onder
de poort aangebeld en ben – ontvangen door de van het verleden niets wetende
bewoners – de krakende trap opgelopen die hen naar het grote vertrek boven
het poortgewelf voerde. Ik zag ze daar: Herman, het haar achterover gekamd
en met pijp, Leen in de weer met de theepot van de schouw naar de tafel,
donkere Harry en Jan. Door de rooksluiers heen keek het viertal elkaar
enthousiast in de ogen. ‘Het waren heel gewone, maar dappere jonge mensen.’
leg ik uit. Is het heus, hier een verzetsgroep?, vragen de bewoners vereerd’.

Je boek is dan zeker geen afstandelijk geschreven historisch verhaal. Je leeft
mee met de hoofdpersonen, verplaatst je in hen en met terugwerkende kracht
wil je het beste voor hen.
Zo schrijf je over de periode dat Herman in kamp Amersfoort zit, waar
kampbeul Kotälla (een van de latere ‘Drie van Breda’) een waar terreurbewind
voert:
Hopelijk heeft Herman hem maar een paar dagen en liefst op geruime afstand
meegemaakt.

Je niet aflatend energie brengt je soms onverwacht voorspoed in het
onderzoek. Je komt na maanden zoeken in contact met de kleinzoons van SDman
Hofman en er is sprake van een klik tussen jullie.
Tante Anne Reef blijkt tot je verrassing nog te leven; 95 jaar oud met een goed
geheugen over vroeger. Je spreekt haar in het zorgcentrum Bellinckhof.( Er is
een foto van opgenomen in je boek)
Opgetogen schrijf je over de ontmoeting:
‘Voilà! Annie heeft de bevestiging van Leens verhaal en mijn reconstructie
geleverd.
Tegenslagen in het onderzoek zijn er natuurlijk ook.
Op pag. 127 schrijf je op je handen te bijten, als de archivaris van het Nationaal
Archief je mailt dat het dossier van het Bureau Arnhem Opsporing
Oorlogsmisdrijven over Konrad Hofman er niet meer is.

En zo krijgt de lezer in 224 boeiende pagina’s een verhaal gepresenteerd over
bezetting, onderdrukking, verzet, verraad, verwerking en niet te vergeten
liefde.

Ik rond af.
Goede Roel, van harte gefeliciteerd met dit bijzondere boek en het resultaat
van je onderzoek.
Josti wat fijn dat je nu zoveel meer weet over het bijzondere- en liefdevolle
huwelijk van jouw bijzondere vader en moeder.

En u dames en heren…………………………..Leest dit boek !!

René Kok
Beeldonderzoeker NIOD
Verzetsmuseum Amsterdam, 15 april 2016

Comments are closed.